
Geld, we hebben er allemaal mee te maken en de meeste mensen kunnen er geen genoeg van krijgen. Het is doorgaans niet zo dat geld gelukkig maakt, maar een gebrek aan geld levert wel zorgen op en kan daarmee wel ongelukkig maken. Bij de term geld denken de meeste mensen aan Euro’s, dollars, ponden en dergelijke. Maar wat is geld eigenlijk?
Heel lang geleden bestond er nog niet zoiets als geld. Goederen en diensten die van eigenaar veranderden werden in die tijd gewoon geruild tegen andere goederen of diensten. Maar die ruilhandel werkte niet optimaal. Want wat als je iets van iemand nodig had, maar je niet iets kon aanbieden wat die ander interessant vond? En wat als je iets wilde kopen zoals een vishengel, maar op dat moment nog niets had om terug te geven zoals vis? En wat als je juist een heleboel vis gevangen had, maar deze heel lang moest bewaren omdat anderen je op dat moment niets konden teruggeven? Dit kon worden opgelost door gebruik te maken van een kerfstok. Dit systeem werkte door inkepingen te kerven in een stok die vervolgens in tweeën werd gespleten. De ene helft was voor de schuldenaar en de andere voor de schuldeiser. En omdat deze helften perfect op elkaar aansloten kon er niet gefraudeerd worden door bijvoorbeeld als schuldeiser extra inkepingen te maken. In principe werkt zo’n systeem perfect, omdat het de uitwisseling van goederen en diensten faciliteert op een manier die geen vertrouwen vereist in de andere partij of een derde partij zoals een bank of notaris. Een fysieke stok kan dan wel weer gestolen worden of verloren gaan bij een brand, dus in praktisch opzicht viel hier ook wel wat op aan te merken.
En toen deed geld zijn intrede. Er is niet veel bekend over waar en wanneer geld precies is uitgevonden, maar de vroegste vermelding van het gebruik van geld komt uit Mesopotamië. In dat land wat tegenwoordig Irak heet werd omstreeks 2500 voor Christus op kleitabletten vastgelegd dat puur zilver werd gebruikt als gestandaardiseerd betaalmiddel. En dat is een van de belangrijkste functies die geld vervult: het faciliteren van handel doordat het een voor iedereen aantrekkelijk betaalmiddel is. Zilver bederft niet en is bovendien zeldzaam genoeg om waarde vast te houden. Daarmee komen we meteen op de andere belangrijke functie die geld vervult: waarde vasthouden. Het idee daarvan is dat wanneer je geld bewaart, je daarmee later nog net zoveel goederen of diensten kunt kopen dan wanneer je het geld ontving. Eeuwen later rond 1760 voor Christus voerde koning Hammurabi van Babylonië (tegenwoordig ook Irak) bij wet in dat alle transacties schriftelijk moesten worden vastgelegd tenzij er ooggetuigen bij waren. Zodoende kon er geen onenigheid ontstaan en bovendien heeft dit ervoor gezorgd dat er een schat aan informatie bewaard is gebleven over de handel in deze oude beschaving.
De gemerkte stukken zilver uit Mesopotamië lijken nog totaal niet op de muntstukken waar we geld mee associëren. Die kwamen eeuwen later op in Egypte, China en dichter bij huis ook in Lydië in het westen van wat nu Turkije heet. Rond 640 voor Christus begonnen Lydische koningen munten te slaan met een standaardgewicht en -afmeting voorzien van een zegel om de echtheid en zuiverheid van het metaal te garanderen. Hierdoor hoefden handelaren niet meer te wegen hoeveel zilver of goud iemand gaf, wat de handel een stuk sneller en eenvoudiger maakte. De waarde van deze munten werd ontleend aan de hoeveelheid zeldzame edelmetalen waar de munt van gemaakt was. Hoewel dit een zeer betrouwbaar systeem vormde, werd er ook wel eens vals gespeeld. In het oude Griekenland werden goedkope koperstukken met een laagje goud bedekt om zo als gouden munt te worden ingezet. En recenter nog rond 1930 werd waardeloos tin vermengd met het zilver in Mexicaanse dollars. Ronde munten werden aan de randen soms gevijld of afgeknipt om zo met het metaal wat er af gehaald werd weer nieuwe munten te slaan.
Het woord voor geld is afgeleid van dezelfde stam als het woord voor goud, namelijk het proto-Germaanse woord gëlt. En voor de invoering van de Euro betaalden we in Nederland met de gulden, wat staat voor gouden (munt), omdat die munt oorspronkelijk in goud werd uitgegeven. Ook in Polen (zloty) en Zweden (öre) zijn de woorden voor hun valuta gerelateerd aan goud, en de Finnen en Duitsers gebruikten Marken, wat letterlijk met een merkteken gemarkeerd goud aanduidt. Goud vervult de functies van geld perfect: het is een middel om waarde mee uit te wisselen en faciliteert daarmee de handel en het kan gebruikt worden om waarde mee vast te houden.
Gemeten in goud zijn huizen sinds de gouden eeuw niet duurder geworden, wat niet gezegd kan worden over Euro’s. Die verliezen hun waarde doordat ze worden bijgedrukt, het fenomeen dat inflatie heet. Je zou dus kunnen stellen dat wat wij doorgaans zien als geld helemaal geen geld is. Een Euro heeft geen intrinsieke waarde en wordt ook niet ondersteund door een koppeling met goud, wat wel intrinsieke waarde heeft. Daardoor vervult het alleen maar de functie van het uitwisselen van goederen, maar niet die van het vasthouden van waarde. Vroeger was geld goud, maar die koppeling is steeds verder losgelaten en uiteindelijk zelfs in zijn geheel opgeheven. Wat we nu gebruiken als geld is eigenlijk fiatgeld, maar daarover in de volgende columns meer…
Vind je dit leuk? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!





Gerard
Die gebroken stok werd nog tot begin 1900 daadwerkelijk gebruikt op de aandelenmarkt. De reden dat aandelenmarkt nu nog steeds “stockmarket” genoemd wordt.
Voor zover bekend werden de eerste munten in China gevonden en handel hierin is ook gedocumenteerd, 4000 jaar BC. Het zou gebruikt zijn voor handel met toenmalig Mongolie. Grieken en Persen gebruikten het een kleine 1000 jaar later. Tenminste, daar dateren de eerste munten van. De tijd van het allereerste zilver die men met raffineren kon scheiden van zink en tin. De Chinese munten bestonden uit het ruwe onbewerkte metaal.