Het woord “journalist” komt oorspronkelijk van de Latijnse term “diurnalis” wat “dagelijks” of “van de dag” betekent. Via het Oudfranse “journal”, wat staat voor dagboek of dagblad, evolueerde het woord via de betekenis van mensen die zich bezighouden met het publiceren van dagelijks nieuws in een dagblad naar de huidige betekenis van professionele schrijver of verslaggever. De oorspronkelijke betekenis “van de dag” is eigenlijk best wel toepasselijk voor de mensen die zich heden ten dage journalist noemen, omdat zij zich bezig houden met de waan van de dag en het verspreiden daarvan.
Ik ben vast niet de enige die het is opgevallen dat de houdbaarheid van nieuws steeds korter lijkt te worden. Het ene moment gaat het over verkiezingen, dan weer over mensen die in de Verenigde Staten door vuurwapengeweld omkomen, plotseling is er alleen nog maar aandacht voor de Epstein files en zo gaat het maar door. Je krijgt nauwelijks de tijd om je ergens grondig in te verdiepen voor het volgende onderwerp je weer wordt opgedrongen. Het is daarbij ook interessant wat door de media NIET wordt besproken. Waarover het niet gaat is vaak veel interessanter dan waarmee je wel wordt bestookt.
Een ander aspect wat steeds weer onderdeel uitmaakt van de berichtgeving is dat het vaak gaat over onderwerpen waar groepen mensen verschillend naar kijken. Het welbekende verdeel en heers spelletje lijkt iedere keer weer te moeten worden gespeeld. Of het nou gaat over asielzoekerscentra, conflicten in verre landen of natuurlijk weer verkiezingen, we worden tegen elkaar opgezet en uitgespeeld. Sportwedstrijden zijn ook heel geschikt om op deze manier ingezet te worden. “Sport verbroedert” wordt weleens gezegd, maar wanneer het Ajax-Feyenoord is merk je daar toch bitter weinig van.
Als je al wat langer kritisch naar de media en haar berichtgeving kijkt, of juist nauwelijks kijkt en daardoor in staat bent om te doorprikken wat de patronen zijn en het grotere plaatje ziet, dan valt nog iets anders op. Het toepassen van de Hegeliaanse dialectiek, oftewel Problem-Reaction-Solution. Hegel stelde dat ideeën zich historisch gezien ontwikkelen in 3 fasen: thesis (een oorspronkelijk idee), antithesis (het tegenovergestelde van dat idee) en uiteindelijk synthese (de versmelting van die twee).
De term Problem-Reaction-Solution is wellicht wat duidelijker. Eerst wordt een probleem geschetst, denk bijvoorbeeld aan de zogenaamd levensgevaarlijke Corona pandemie. De angst die veel mensen hebben voor de dood werd gebruikt om enorme paniek te zaaien door in de media dagelijks cijfers te verspreiden over doden en ziekenhuisopnames. Vervolgens komt daarop een reactie, het publiek vraagt de overheid om iets te doen aan het probleem. Sterker nog, sommigen schreeuwen er om: “Red ons! Doe iets!” De laatste stap is dat de oplossing wordt gepresenteerd. Dit is meestal iets waar de macht achter de schermen op uit is, over het algemeen een stapje richting meer controle en inperking van vrijheid. In het voorbeeld van de periode vanaf 2020 is dat het opleggen van lockdowns, mondkapjesplichten, drang om te vaccineren, sociale uitsluiting van mensen die hier niet in meegaan en zelfs een avondklok.
Een erg krachtige toepassing van het media-apparaat. Want wanneer niet dagelijks was herhaald hoe erg het allemaal was, wanneer mensen de kans hadden gekregen om even rustig naar de cijfers te kijken en die te vergelijken met griepgolven van eerdere jaren, dan was men nooit akkoord gegaan met al die maatregelen. De angst die veel mensen werd aangejaagd zorgde ervoor dat zij niet meer zelf nadachten, maar in blinde paniek volgden wat hen werd voorgehouden door de media en de acteurs op het binnenhof. De waan van de dag won het van het gezonde verstand.
Vind je dit leuk? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!












Kenneth Oak
Mooi verwoord Sjaak. Dank