Hyperinflatie vs. Deflatie

Hyperinflatie of deflatie, waar moeten we ons zorgen om maken

Hyperinflatie is een overschot aan geld waardoor geld minder waard wordt en dus alles duurder maakt. Hyperinflatie wordt ten onrechte steeds opnieuw massaal voorspelt al sinds de aanvang van de kredietcrisis in 2008.

Veel mensen hopen zelfs op een toekomstige hyperinflatie. Het zou heel mooi zijn als men voor de prijs van een broodje hamburger de totale hypotheek zou kunnen aflossen. Voor regeringen ook mooi om de totale staatsschuld af te lossen met slechts één dag BTW heffing. De wereld zou dus snel verlost kunnen zijn van de onhoudbare schulden en rentelast. Hyperinflatie is dus het beste wat ons kan overkomen. Terwijl het paradoxaal genoeg vaak wordt neergezet als een eng spookbeeld. Toch is de kans heel groot dat het tegenovergestelde gaat gebeuren, deflatie. Deflatie is een gebrek aan geld waardoor geld méér waard wordt en dus alles goedkoper maakt. Toch is deflatie een drama van ongekende omvang wat men zeker niet mag onderschatten. Deflatie is een fenomeen dat bij een oorlogseconomie hoort. Alleen onze ouders en grootouders herkenden dit in de oorlogsjaren 1940-1945. Voor ons is dit helemaal nieuw.

In 2023 liep de inflatie in Europa en de VS op tot 12%. Omdat Centrale Banken steeds méér geld bijdrukken, gingen velen er te gemakkelijk van uit dat dit tot hyperinflatie moet leiden door teveel geldhoeveelheid. Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat Centrale Banken geld bijdrukken en daar staatsleningen van opkopen. Dit programma heet QE (Quantitive Easing). In feite drukt men dus schuld bij en géén geld. Het geld wat uit het niets gecreëerd wordt, wordt wél belast met rente. Dit maakt van de Centrale Banken (en aangesloten banken) grote schuldeisers. De geldhoeveelheid (M2) kan door schuld opkopen niet oplopen, want geld minus evenveel schuld is nul. 1-1=0 en 100 miljard-100 miljard is ook 0. We zien dan ook daadwerkelijk het bezit van staatsobligaties steeds hoger oplopen bij de Centrale Banken en institutionele instanties terwijl de geldhoeveelheid (M2) niet overeenkomstig toeneemt. Gecorrigeerd naar inflatie blijft M2 gewoon op hetzelfde peil. Dit op zich kan geen hyperinflatie veroorzaken. Er zijn daarnaast nog 4 redenen waarom hyperinflatie onmogelijk is in deze tijd.

De eerste reden waarom geld bijdrukken geen hyperinflatie kan veroorzaken is dat het bijgedrukte geld niet in de economie terecht kan komen. Dit kan het beste uitgelegd worden met een voorbeeld. Stel er loopt één koe in een weiland. De koe heeft hieraan voldoende gras om rijkelijk van te leven. Als je die koe nu 100 weilanden extra geeft, of 1 miljard weilanden extra, die koe blijft gewoon evenveel eten. Hetzelfde gebeurt in de economie. Als het salaris niet meestijgt met de inflatie, kan men gewoon niet méér uitgeven. De ECB drukte vanaf de schuldencrisis (2008) en daarna de eurocrisis (2011) ongeveer 65 miljard euro schuld per maand bij, maar als het niet in het loonzakje bij de mensen komt, dan kan dit nooit inflatie opleveren. Alleen bij loonsverhogingen komt de inflatie pas definitief vast te liggen. Dit noemt met de ‘loon/prijsspiraal’. Als de lonen dus even hard stijgen als de inflatie, merken we hier helemaal niets van. Het huidige teveel bijgedrukt geld stroomt via de kapitaalmarkt gewoon in aandelen- en obligatiemarkten. Terwijl de rente van de nieuw uitgegeven schulden stroomt in de zakken van Centrale Banken, die daar gedeeltelijk grote hoeveelheden goud van kopen, maar vooral weer nieuwe bank- en staatsleningen. De rentes op schulden worden daarom altijd weer gebruikt om nieuwe schulden uit te geven. Die schuldenberg moet altijd blijven groeien omdat anders deflatie toeslaat. Loonstijgingen zijn de laatste jaren lager dan de prijsstijgingen, iets wat deflatie in de hand werkt. Om dan toch inflatie te behouden, creëert men bewust schaarste. Vooral extra belastingverhogingen en daarnaast schaarste op brandstoffen creëren. Dure energie werkt inflatie in de hand omdat de hele economie draait op kosten van energie. Dit treft vooral de voedselketen. Het opblazen van de pijpleiding Nordstream 2 is een voorbeeld van schaarste creëren.

De tweede reden die nodig is voor hyperinflatie is ‘omloopsnelheid’ in de geldmarkt. Omloopsnelheid is hoe snel het geld overgaat van de ene hand in de andere. Als die verdubbeld, verdubbeld de inflatie ook. Hoe dit werkt, werd het meest duidelijk tijdens de Weimar hyperinflatie in Duitsland tussen 1921 en 1923. De oorzaak was de extreme belastingverhoging op spaargeld. Dit geld was nodig om aan de Duitse schuld van het Verdrag van Versailles te voldoen. Het was een soort onteigeningsprogramma. Daarop werd in paniek al het spaargeld bij de bank cash opgenomen. Dit spaargeld kwam in één keer los in de economie. Men moest snel geld bijdrukken omdat er nooit geld op spaarrekeningen staat. Inflatie liep op met meer dan 100% per dag, juist door de omloopsnelheid. Salarissen werden per dag uitgekeerd en men holde hiermee naar de bakker omdat de prijs van brood elk uur steeg. Ook de lonen stegen net zo hard mee door het overschot aan geld. De hoofdoorzaak van hyperinflatie is dus omloopsnelheid. Weimar is op geen enkele manier te vergelijken bij waar we nu mee te maken hebben.

In een normale gezonde economie is de omloopsnelheid van geld altijd iets hoger wat inflatie veroorzaakt. Mensen kopen dan gewoon meer. Dit is dan de gebruikelijke inflatie die we al decennialang kennen. De inflatie die we nu zien, wordt veroorzaakt door schaarste en belastingverhogingen en niet meer door een gezonde omloopsnelheid in groeiende economie.

Daarnaast is te hoog opgelopen inflatie goed te sturen door renteverhogingen die de Centrale Banken regelen. Geld in omloop wordt daardoor lager en de investeringen nemen af door duurdere leningen. Nadeel van renteverhogingen is dat er dan nóg meer geld bijgedrukt moet worden. Dit komt omdat afdracht van rente juist geld uit omloop haalt. Precies dit geld moet daarom bijgedrukt worden. Rente is een duivels systeem waar alléén de uitgevers van geld rijk van worden. Daarom is renteheffing in veel Islamitische landen dan ook verboden.

Weimar biljetten 1921-1923

Derde reden is dat geld geen ruilmiddel meer is. In deze eindtijd van het monetair systeem kennen we naast lage omloopsnelheid ook geen normale omloop meer. Eén van de oorzaken van de huidige lage omloop is bijvoorbeeld de BTW heffing. Van de eerste euro in omloop blijft door BTW heffing nog maar 80 cent over. De volgende ronde in omloop van dezelfde euro gaat daar nogmaals 21% BTW vanaf. Na 5 keer BTW heffing blijft er bijna niets meer over. Niet alleen BTW, er zijn nog 80 andere soorten belastingen die geld uit omloop halen. Via de overheid komt een te klein deel van deze belastingen weer terug in omloop. Een steeds groter deel van belastingen stroomt naar het buitenland, in de zakken van multinationals, naar vaccin-industrie, naar oorlogen en wapenindustrie, NGO’s, klimaat miljardairs, en noem maar op. Daar overheen hebben we nog de rente die periodiek steeds opnieuw over dezelfde euro betaald moet worden. Elke euro in omloop is immers schuld wat rentelast draagt. Om al dit geld wat steeds opnieuw uit omloop onttrokken wordt weer aan te vullen, moet er steeds méér geld bijgedrukt worden om per saldo evenveel geld in omloop te behouden. Na vele jaren is er dan méér schuld in de wereld dan er geld in omloop is. De schuld stapelt zich steeds verder op. Maart 2025 bedroeg de globale geldhoeveelheid (M2) 107.000 miljard, waar 305.000 miljard aan schuld tegenover staat. Er is dus 3x méér schuld in de wereld dan geld. Dit maakt dat je denkt spaargeld te bezitten, wat in werkelijkheid de schuld van iemand anders is. Elk briefje van 50 euro heeft in werkelijkheid een waarde van -150 euro. Bij aflossing schuld is er dus gebrek aan geld, géén overschot. Je kunt je dus afvragen wat geld eigenlijk is. Het enige wat geld is, is ‘vertrouwen’, meer is het niet. Geld hoeft daarom helemaal geen intrinsieke waarde te hebben omdat we toch geen andere keuze hebben wat betreft inkomsten en uitgaven in ons dagelijks leven. Dit geld wordt geldmarkt genoemd (omloopgeld tot 6 maanden). Spaargeld (kapitaalmarkt) is hierin een heel ander verhaal, want dit zetten we bij voorkeur om in activa zoals vastgoed, aandelen en goud.

Vierde reden is dat schuldeisers de schulden willen blijven handhaven. Bij hyperinflatie raken schuldeisers immers hun opgebouwde schulden en vooral de onderpanden en renteopbrengst kwijt. Daarmee verliezen ze tevens hun totale macht over de schuldenaars. Hyperinflatie zou de ondergang betekenen van de elite machthebbers. Anders dan ze ons willen doen geloven, hebben ze inflatie totaal onder controle. Ze hebben de renteknop en geldpersknop in handen waaraan ze kunnen draaien. Zo kreeg men door schulden alle regeringen en onderpanden in handen. De echte wereldwijde staatsgreep vond plaats in het monetair systeem. Monetair systeem wat niet in handen is van regeringen, maar in handen van particuliere centrale banken.

Het gevaar van stoppen met geld bijdrukken

Omdat geld niet meer functioneert als ruilmiddel, heeft dat ook consequenties voor het betalingsverkeer die de gewone banken regelen. De banken moeten elke nacht hun bankbalansen weer aanvullen omdat er anders geen liquiditeit is voor het dagelijks betalingsverkeer (geldmarkt). Banken hebben standaard nooit geld op de door hen beheerde bankrekeningen staan. Dit geld staat vooral in schulden (obligaties) geïnvesteerd. In het verre verleden stemden banken het nodige geld voor het betalingsverkeer onderling af. Dat gebeurde dan op de zogenaamde REPO-markt. Sinds de schuldencrisis van 2008 werd deze taak steeds meer overgenomen door de Centrale Banken. Ook dit wordt aangevuld met nieuw bijgedrukt geld. Als men dit niet zou doen, dan krijgen gewone banken een liquiditeitsprobleem. Zonder liquiditeit kan men geen geld meer pinnen uit de muur en ook geen girale betalingen meer kunnen doen, ondanks dat er nog voldoende saldo op de bankrekening zou moeten staan. Zonder liquiditeit kunnen ondernemers dan niet de leveranciers en de lonen betalen. Ook de staat zou dan geen liquiditeit hebben voor lonen, uitkeringen en andere uitgaven. Op zulk moment valt de economie geheel stil. Op het moment dat men stopt met geld bijdrukken ontstaat er dus een schaarste aan geld en dat werkt ‘deflatoir’. Geld wordt dus méér waard. Dit noemt men een ‘deflatoire spiraal’, ook wel ‘deflatoire depressie’ genoemd. Het is slechts één keer eerder gebeurd in de VS in 1929. Door het ‘droogvallen liquiditeit’ zal er uiteindelijk niets meer te koop zijn. Gewoon omdat er niet meer voldoende geld in omloop is om iets te kunnen kopen. Stilvallen economie kan hongersnood en chaos veroorzaken. Centrale Banken hoeven hiervoor alleen maar de drukpers stop te zetten en de banken staan droog. Meer is er niet voor nodig. Daardoor wordt gesteld dat ‘deflatie’ het ergste is wat ons kan overkomen. Hier moet serieus rekening mee gehouden worden.

Dit stukgelopen geldsysteem in stand houden kan lang goed gaan want Centrale Banken hielden de liquiditeit al sinds de schuldencrisis van 2008 in stand. Inmiddels al 18 jaar in de verlenging. De eurocrisis van 2011 (Zuid Europa) werd in één klap opgelost door de drukpers van de Centrale Banken fors hoger te zetten. In feite lost men een schuldencrisis op door nóg meer schulden te creëren. Steeds méér en méér tot vandaag de dag. Dit is verlenging, maar dat betekent niet eeuwig. Anders gezegd, als de schulden te hoog oplopen in het geldsysteem, dan heeft geld ergens een einddatum. Op bepaalt moment gaat de stekker eruit. Vermoedelijk wacht men het juiste moment af. Volgens specialisten van het monetair systeem kan dit alleen ná een grote oorlog. Net zoals de grote depressie van 1929 eindigde ná WO2 met een ‘Great Reset’ van het monetaire systeem. Alleen de US dollar werd gered na de oorlog door er de wereld reservevaluta van te maken waar wereldhandel in plaats vindt. Veel andere landen in Europa kregen na saneringen een nieuwe valuta. Het oude geld werd van de ene dag op de andere ongeldig verklaard en werd niet gecompenseerd. In Nederland was het nieuwe geld toen ‘Het Tientje van Lieftinck’ in 1945. Elke Nederlander, rijk of arm, kreeg één tientje om mee te beginnen. We gingen in 1945 van start zonder schulden in het monetair systeem. Mensen met schuld raakten hun onderpand kwijt. Een totaal-sanering dus. Zoiets kan alleen tot stand komen na een grote allesvernietigende oorlog.

Monetaire grote herstart 1945, Tientje van Lieftinck

Hoe ver staan we nu?

Dat we dicht tegen dit punt aanlopen, bewijst nu de obligatiemarkt. Er zijn gewoon steeds minder kopers van de schulden. Dit maakt dat de rentes op de kapitaalmarkt oplopen van 0% in 2022 tot 4,5% nu in 2026. Institutionele investeerders (pensioenfondsen, beleggingsmaatschappijen, banken, enz.) investeren niet in een oorlogseconomie, terwijl oorlog steeds méér geld opslokt. Daarbij is China gestopt met het opkopen van de Amerikaanse T-bonds (obligaties VS staatsschuld), en met hen alle BRICS landen. Iets wat de rente nog veel hoger zal zetten. De gevolgen voor de 39.000 miljard van alleen al de federale Amerikaanse staatschuld zijn fataal. De rente is niet meer op te brengen en daardoor moet de VS steeds meer geld bij lenen terwijl er geen kopers van obligaties meer zijn. Kortom, de VS als geheel is aantoonbaar failliet. Net zo failliet als Europa en Japan. De fors oplopende rentes op dit moment bevestigen dit. Extreem hoge rentes veroorzaakt geldgebrek en géén overschot aan geld. Dit maakt hyperinflatie totaal onmogelijk in deze fase van geld.

Oorlog is de enige uitweg om de failliete boedel te saneren en te herverdelen. Na saneringen komen dezelfde machthebbers weer aan de macht en beginnen weer van voren af aan in de 80 jarige cyclus van geld. De cyclus van schuldopbouw.

Voor ons als burger betekent oorlog een periode van geldgebrek, depressie en vooral deflatie. Dezelfde periode in de cyclus was WO2 1940-1945. Door de schaarste aan geld kreeg de bevolking voedselbonnen van de overheid. Geld opnemen bij de bank was in die tijd ook nauwelijks mogelijk. Overigens, de meeste mensen hadden toen nog geen bankrekening, maar in plaats daarvan koektrommels in de tuin begraven met papier geld.

Voedselbonnen 1942 in oorlogseconomie

Goed voorbereiden is mogelijk

Hiervoor is het nodig om 2 soorten geld goed te onderscheiden; 1. geld waarvan men dagelijks moet leven (geldmarkt), 2 geld wat men spaart, of gespaard heeft, voor de toekomst (kapitaalmarkt).

1. Om het liquiditeitsprobleem voor het dagelijks leven op te vangen, is het verstandig om altijd voldoende contant geld in huis aan te houden voor enkele weken tot maanden. Daarnaast ook een voedselvoorraad en brandstof voor de kachel en aggregaat. Los daarnaast zoveel mogelijk de schulden af, want onderpanden kunnen opgeëist worden als er geen geld meer voorhanden is voor rente en aflossing. Bovendien worden schulden steeds méér waard en dus ondraaglijk in een periode van deflatie en oorlogseconomie.

2. Spaargeld beter niet in geld laten staan. Alleen al door de negatieve reële rente (rente minus inflatie) weten we zeker dat het steeds waardelozer wordt. Geld kan men beter omzetten in andere activa zoals vastgoed (eigen huis), fysiek goud en zilver en aandelen. Bitcoin is af te raden omdat dit geen intrinsieke waarde heeft. Goed om mee te speculeren, maar het kan nooit beschermen tegen een oorlogseconomie. Overweeg wel een zorgvuldige spreiding in al deze 3 genoemde activa, want deze activa gaan het niet allemaal overleven. Elke activa heeft z’n eigen specifieke en onvoorspelbare risico’s. Het belangrijkste is dat al deze activa géén geld zijn. Het wordt alleen uitgedrukt als waarde in geld. Iemand kan dus een gigantisch vermogen bezitten zonder geld te hebben. Tenslotte kunnen we ons alleen goed voorbereiden want een deflatoire oorlogseconomie is totaal onvoorspelbaar.

Gerard van Ham

Vind je dit leuk? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *